Hedendaagse surrealisten

Een hand die geen rust kan vinden en elk beschikbaar stukje papier volkrabbelt. Vingers die een sigaret willen vasthouden. Uren doorbrengen op internet. Het zijn handelingen die we dagelijks bij onszelf en hij anderen tegenkomen. Kunstenaars, met de surrealisten voorop, hebben van deze momenten, van dikwijls dwangmatige handelingen gebruik gemaakt in de overtuiging dat ze daarmee ons onderbewustzijn aan de oppervlakte konden brengen.

De vier Britse en drie Nederlandse kunstenaars die in De Veemvloer in Amsterdam zijn bijeengebracht, zijn verwant aan de surrealisten. Zij onderwerpen de dagelijks vele malen uitgevoerde handelingen en gebaren aan nader onderzoek door ze op de een of andere rnanier vast te leggen.

Mieke van Wijk maakt tasttekeningen van de gewoonte het gezicht, de oren de neus te beroeren. Haar linkerhand tast, terwijl de rechter met spelden het gebaar op papier vastlegt. Haar methode levert dromerige tekeningen op, die meer lijken op dierenfiguren dan op gelaatstrekken.

De tekeningen van Anne van Pels roepen meer herkenning op door de manier waarop ze met potlood en papier de suggestie weet te geven van de zachtheid van haar, huid en spierweefsels, of van de kwetsbaarheid van botten en menselijke organen. Haar sculptuur van grijs vilt vraagt ook om aanraking.

De verslaving om op internet te surfen, is zichtbaar in het werk van de Britse Anna Best. Het verslag van haar dagelijkse surfreis lijkt de storyboard voor een film, waarin zij de uitgeprinte fragmenten van onsamenhangende informatie tot een verhaal aaneenrijgt. Uit de chaos van plakwerk en aantekeningen rijst de nachtmerrie op van de zoeker die vergeten is wat het doel van de zoektocht was.

Han Hoogerbrugge kroop zelf in de computer als het personage dat last heeft van alledaagse neuroses. Op een interactief videospelletje kunnen we hem in herkenbare situaties gadeslaan. Als de man bijvoorbeeld die naar een sigaret zoekt, rookt, de asbak schoonmaakt om vervolgens weer opnieuw dezelfde handelingen uit te voeren.

Jane Gifford droomt elke nacht en heeft er een gewoonte van gemaakt om haar dromen elke dag te noteren. Zij toont haar notities van het afgelopen jaar in de vorm van een veelzijdig kunstwerk. Haar dromen noteerde zij op een bladzij van een vierkant boekje met daarnaast een tekening die de droom samenvat. De boekjes die telkens een week beslaan kunnen als een harmonica worden uitgetrokken. Voor de tentoonstelling plakte Gifford de weken onder elkaar en zo ontstond een fragiel sculptuur van repeterende vlakjes. Van veraf een prachtig minimalistisch beeld. Van dichterbij zijn de teksten tot ooghoogte leesbaar, de simpele tekeningen in de stijl van de illustraties voor een kinderboek goed te zien. Het is net genoeg om in de wereld van Gifford te worden betrokken. Haar dromen zijn herkenbaar. Dikwijls verwijzen ze naar gewone dagelijkse ervaringen, afgewisseld met dromen die betekenisvol zijn.

Vera Illés, Couleur Locale, de Volkskrant, woensdag 23 januari 2002

terug